Text Size
Tue, Oct 24, 2017

 

invitation-olfactory-tree72

Olfactorytree03

More info: www.pocketroom.be

Photos of the exhibition, click on read more

 

 

 

English version scroll down

 

FASTEN YOUR NOSTRILS

Verkenning van het esthetisch potentieel van geuren in het werk van Peter De Cupere

Beeld je in: een ruimte met een dikke laag zoet ruikende tabacsbladeren op de vloer, met voedselexperimenten, fermentatieprocessen en kruiden zover je blik rijkt, en twee beschimmelde matrassen gepresenteerd op de muur als waren het schilderijen van grote pictorale kwaliteit.

We spreken over 1997, het jaar dat ik voor het eerst in aanraking kwam met het werk van de Belgische kunstenaar Peter De Cupere op een open-studio dag op het Hoger Instituut voor Schone Kunsten (toen nog in het voormalig militair hospitaal in de Lange Leemstraat in Antwerpen).

Bij het betreden van de kamer werden de bezoekers getrakteerd op de geur van fermentatieprocessen en tabak. Centraal opgesteld in de ruimte stond “Fleur d’Anus”, een vreemde, grijsachtige maar elegante bloem die ontsproot uit het zachte zitvlak van een oranje krukje, zich lavend aan de uitwerpselen van de kunstenaar in een potje eronder. Schoonheid en viezigheid gingen harmonieus hand in hand in deze opmerkelijke en opgemerkte installatie. De toon was gezet. Na een levenslange fascinatie voor ruiken en twee jaar vol experimenteren rond de esthetische mogelijkheden ervan had Peter De Cupere besloten de rest van zijn dagen te spenderen aan de artistieke verkenning en opwaardering van geuren.

Ons reukorgaan was tot op dat moment redelijk gespaard gebleven in de beeldende kunst. Geur was al wel eens opgedoken als concept in twee werken van Marcel Duchamp (resp. in zijn urinoir “Fountain” (1917) en in “Air de Paris” (1919)), maar het was pas sinds de jaren 1970 dat geur sporadisch als artistiek medium werd aangewend in installaties en performances. Waarom zou een beeldend kunstenaar in die context besluiten om zijn heel oeuvre te wijden aan een vluchtig medium als geur? Naast zijn persoonlijke voorliefde voor geuren sinds zijn kindertijd verwijst De Cupere naar de geschiedenis van onderdrukking van geur en het ruiken als één van de motivaties achter zijn exceptionele artistieke praktijk. Het is zijn streven – of beter: zijn “missie” – om ons te overtuigen van het feit dat geuren, zowel “goede” als “slechte” - in tegenstelling tot wat filosofen en estheten gedurende eeuwen hebben aangenomen en beweerd - wel degelijk een bron kunnen zijn van een volwaardige esthetische beleving, evenwaardig aan visueel esthetisch genot.

Geur werkt onmiddellijk en rechtstreeks in op onze herinneringen via het limbische systeem, om pas daarna geïnterpreteerd te worden via cognitieve processen. Deze eigenschap maakt van het ruiken een uiterst intuïtieve en associatieve aangelegenheid en wellicht bevindt zich in dit biologische proces ook de potentiële kracht van geur als artistiek medium: op het moment dat een onverwachte geur zijn weg vindt naar ons geurepiteel worden we tijdelijk uit balans gebracht, wat een emotioneel en ontwapenend effect met zich kan meebrengen. Peter De Cupere heeft een meesterlijk talent ontwikkeld in het combineren van visuele en olfactorische elementen die vergeten herinneringen oproepen of die de meest onverwachte en memorable ervaringen genereren. Hij weet hoe het ruiken werkt vanuit wetenschappelijk perspectief en experimenteert met elke mogelijke toepassing van geur als en hedendaagse alchemist. Van de meest obscure, “slechtuikende” tot “hemelse” geuren en combinaties van aroma’s vuurt hij af op ons geurepiteel[1]. Zijn geurend materiaal kan variëren van essences ontwikkeld voor de compositie van parfums en aroma’s die gebruikt worden in de voedingsindustrie, over geuren die voortkomen uit experimenten met diverse materialen – zoals, bijvoorbeeld, voedsel, abjecte substanties, bloemen, schimmels, planten, zepen, afval, kruiden, etc. – tot geuren die gewoon inherent aanwezig zijn in het materiaal waaruit een werk is opgebouwd.

Hoewel zijn creaties steeds op de een of andere manier gerelateerd zijn aan geur, verkiest Peter De Cupere toch niet te worden gecatalogeerd als “geurkunstenaar”, maar wordt hij liever beschouwd als “beeldend kunstenaar die met geuren werkt”. Daarmee verwijst hij naar het feit dat zijn werk veel meer is dan een verzameling vormloze geurige experimenten. Door herkenbare en vertrouwde visuele elementen te combineren met geuren genereert hij ongeëvenaarde synesthesieën tussen verschillende zintuigelijke ervaringen. In de confrontatie met zijn geurgerelateerde sculpturen, installaties, objecten, schilderijen, tekeningen, foto’s, video’s, performances, grafische ontwerpen en geurconcerten, enz. (het lijstje is verre van exhaustief!) worden we aangemoedigd om onze perceptie van het ruiken in relatie tot andere zintuiglijke belevingen te herzien. Een aanzienlijk aandeel van het werk van Peter De Cupere drijft bovendien op een ondertoon van sociaal kritische reflecties die verwijzen naar het spanningsveld tussen natuur en cultuur en geven uiting aan een verlangen naar zuiver zintuiglijke – en vooral olfactorische – belevingen. Vaak overgoten met een subtiel laagje humor en ironie, nodigen zijn visueel aantrekkelijke werken de toeschouwer op een speelse manier uit tot het loslaten van conventies en cultureel geconstrueerde of natuurlijke weerstand tegen onverwachte confrontaties met geuren.

Als voorvechter van het gebruik van geuren in kunst lijkt Peter De Cupere het pad voor te bereiden voor toekomstige kunstenaars. Op tal van manieren inviteert of provoceert hij ons om onze perceptie van geuren bij te stellen, of om er toch op zijn minst even bij stil te staan.

Als pionier in zijn domein koos De Cupere niet meteen de makkelijkste weg, maar het is op zijn minst een interessant en beloftevol parcours dat nieuwe perspectieven opent met betrekking tot de mogelijkheden van het ruiken, zowel binnen het veld van hedendaagse kunst als daarbuiten. Of zoals de Amerikaanse kunstcritici Larry Shiner and Julia Kristkovets het in 2007 formuleerden: “Peter De Cupere has created an artistic identity that is a cross between artist and olfactory chemist that may become a model for other olfactory artists in the future”.[2]

Ruth Renders

Antwerpen, april 2010.

 

 



[1] Het geurepiteel, hoog in de neusholte, is verantwoordelijk voor de persoonlijke beleving van een geur. In het epiteel bevinden zich miljoenen sensorische cellen die boodschappen doorsturen naar het limbische systeem in de hersenen.

[2] Larry Shiner and Julia Kriskovets in The Journal of Aesthetics and Art Criticism, 65:3, summer 2007.

 

Drawings of the Olfactory Tree

 

 

FASTEN YOUR NOSTRILS
The exploration of the aesthetical potential of odors in the work of Peter De Cupere

Imagine a room with a thick layer of sweet smelling tobacco leaves on the floor, with food-experiments, fungi and spices everywhere you look and with two mouldy mattresses hung on the wall as if they were paintings of high pictorial quality. We are speaking of 1997, the year I first became acquainted with the work of the Belgian artist Peter De Cupere at an open-studio day at the Higher Institute for Fine Arts - HISK (still in Antwerp at the time). Upon entering the space, the visitors were treated to a sweet smell of fermentation and tobacco.
In the center of the space was set up “Fleur d’Anus” (Anus Blossom), a strange, grayish but elegant flower growing from an orange stool and nourished by the artist’s feces from a pot underneath it. Beauty and filth went hand-in-hand in this remarquable installation. The tone had been set. After a lifelong fascination for smell and two years of experimenting with the artistic qualities of it,
Peter De Cupere had decided to dedicate the rest of his days to the artistic
exploration of the aesthetical potential of odors.

The presence of smell in art had untill then been quite limited. As a concept smell allready appeared in two works of Marcel Duchamp (resp. in his urinoir “Fountain” (1917) and in “Air de Paris” (1919)), but it was only since the 1970ies – with a higher frequencity during the last 10 to 15 years – that smell started to appear as a medium sporadically in installations and performances. Why then would an artist decide to devote his whole oeuvre to a volatile medium as smell? Besides his personal love for odors since he was a child, De Cupere refers to the suppressed history of smell as one of his motivations behind his exceptional artistic practice. His aim is to convince us from the fact that, in contradiction to what philosophers have been adopting for centuries smell can be the source of a genuine aesthetic experience.

Smell works directly on our memories and emotions via our limbic system , only thereafter to be appropriated by a cognitive process, which makes smelling a very intuitive and associative act. Hidden herein is probably also the potential power of smell as an artistic medium: there where an unforeseen odor finds its way to our olfactory epithelium, we are thrown momentarily off balance, the effect of which can be emotional and disarming. Peter De Cupere has developed a masterful talent for creating and combining visual and olfactory elements which evoke forgotten memories or generate the most unexpected and memorable experiences. He knows how smells work from a scientific perspective and
experiments with every possible use of smells like a contemporary alchemist. From the most obscure, ‘malodorous’ smells to ‘heavenly’ scents and combinations of aromas are fired directly at our olfactory epithelium . His odorous material can vary from essences used in the composition of perfumes to aromas used in food, to odors that arise from diverse materials through experimentation—such as, for instance, food, abject substances, flowers, mould, plants, soaps, dirt, spices, etc.—or smells inherent to the materials used.
Though his creations are all related to smell in one way or another, De Cupere prefers not to be called a “smell-artist” but a “visual artist working with smells”,
referring to the fact that his work is much more than a collection of shapeless smelly experiments. He works magic with recognizable visual elements and thereby generates, in combination with scents, unanticipated synaesthesias between different sensual experiences.
Confronted  with his scent-related sculptures, installations, objects, paintings, drawings, photographs, video’s, performances, graphic designs, scent-concerts, etc., we are encouraged to reposition our perception of smell in relation to other senses. A considerable portion of Peter De Cupere’s work floats on an undertone of socially critical reflections referring to the field of tension between nature and culture, representing a longing for pure olfactory sensations and a certain sadness due to the literal and figurative defilement of purely sensual—and primarily
olfactory—experience. Often covered with a subtle layer of humor and irony, his visually attractive works invite the public in a playfull way to let go of conventions and of culturally constructed or naturally grown resistance against unexpected confrontations with odors.

As an advocate for the use of odors in art, Peter De Cupere seems to prepare the path for future artists. In many different ways he invites or provoques the audience to reconsider their perception of smell, or to think about it at least. As a pioneer in his field, he didn’t exactly choose the easiest path one can think of, but we’re convinced it’s at least a very interesting and promising one which might open up new perspectives for smell in the field of contemporary art and beyond. Or as the American art-critics Larry Shiner and Julia Kristkovets have written in 2007: “Peter De Cupere has created an artistic identity that is a cross between artist and
olfactory chemist that may become a model for other olfactory artists in the future”.

Ruth Renders
Antwerp, 2010, text based on an longer essay written in 2008.

 

Edition Olfactory Tree 15 ex.

 

Made of epoxy, light working with sun energy, fragrance: wood smell with mushrooms smell

Details of the Olfactory Tree